Home Home Terug naar familiegeschiedenis Terug naar familiegeschiedenis
De Bevrijding   Op 19 september 1944 werden we bevrijd. Dezelfde dag na de bevrijding werd gevraagd: mensen en oud-militairen  konden zich melden. Ik heb mij toen aangemeld. En ik ben dus meegegaan met de legereenheid 14RI (Regiment  Infanterie). Ik kreeg daar een administratieve baan bij de stafcompagnie en moest voor de registratie en uitbetaling van  het soldij zorgdragen. Ik werd meteen sergeant gemaakt.  De aanleiding om me als vrijwilliger aan te melden was dat mijn broer Leo was weggevoerd.  Noot: Mijn zoon Ben meldt dat hij zich kan herinneren dat er in een fotoboek van Terneuzen (met allerlei ansichtkaarten  enz.) hij een foto zag staan met militairen die zich als vrijwilliger hadden aangemeld. Deze heeft hij toen aan mij laten  zien en ik herkende mijzelf erop.  Daar heb ik dus ook meegemaakt dat we de Westerschelde overtrokken en dat we terechtkwamen bij Goes en omgeving  (Zuid-Beveland). Daar volgden ook nog de nodige beschietingen. En dan trek je met zo’n legereenheid door Brabant, waar  je ook naar plaatsen toeging en daar zijn ook enkele van onze manschappen gesneuveld. Uiteindelijk kom je  terecht aan  de oostelijke grenzen en daar werd de eenheid gelijk ingeschakeld in Duitsland als bezettingsleger. Gewoon, je gaat daar  naartoe, je mocht niet “Fretterneisen”, je mocht helemaal geen contacten met Duitsers maken. Totdat de overheid het  nodig vond dat de hele eenheid werd teruggetrokken en die kwam via Hilversum, waar ze gezeten hebben, en het grootste  gedeelte is naar Indonesië gegaan. En ik heb dat dus geweigerd. Waarom heb ik geweigerd? Ten eerste omdat ik een  vrouw had met een kind en in verwachting van een tweede kind. En die kapitein heeft me verrot staan schelden. Toen ik in militaire dienst was en de bevrijding daar was, toen heeft Co (van Rien) nog gevraagd: ik wil mijn man (Kor  Kegel) zoeken. Zij is toen met ons met een militaire auto meegegaan naar Noord-Brabant. Daar is zij in een stad  uitgestapt, omdat volgens de laatst bekende informatie haar man hier in de buurt moest zijn. Kor Kegel bleek daar niet  meer te zijn en via via wist ze mij weer te berichten om haar daar weer op te komen halen.  Vanuit de provincies namen we aardappelen, brood en chocolade mee. We waarschuwden de mensen de chocola niet  zomaar te nuttigen, want je hebt veel te weinig vetgehalte, en dat schijnt niet goed te zijn. Zo zijn we van Noord-Brabant naar Nijmegen gereden in een echte Engelse truck. De chauffeur heeft daar kans gezien om  in een file van trucks te geraken. Zo zijn we naar Utrecht gereden en zo door naar Amsterdam, waar van enkele militairen  hun ouders woonden. En ik ben als één van de laatsten naar Rotterdam naar de Mathenesserdijk gereden. We kwamen  aan in Rotterdam op een doorgaande weg van Rotterdam naar Spangen. Toen we even stopten waren er direct een  heleboel mensen om ons heen. Allemaal vroegen ze om een sigaret. Die mensen hadden bijna niets meer. Wij, als  militairen, konden die sigaretten kopen, voor een prikkie (een paar cent).  Ik zie daar nog mijn vader. Hij herkende mij helemaal niet meer. Eerst boven uit het raam, 3e verdieping, zag dat er een  militaire wagen was. Hij dacht dat het was om voedsel uit te delen voor anderen, maar toen hij zag dat het voor hem  bestemd was kwam hij naar beneden (ongeveer 10 mei 1945).   Noot: in het begin heb ik nog een soort opleiding gehad, o.a. leren schieten. Dat was in Hulst. Ik had toen een gewone  stengun. Een rotding (Adri zei: als je ze neerzette gingen ze soms vanzelf af). En één van die kapiteins die liet me  schieten op een zekere afstand. En ik schoot mis. Ik moest 1 schot op een bepaald punt schieten. En toen zei die kapitein: “je doet t niet goed”, pakte de stengun en schoot ook, mis!! “Je hebt gelijk”, zei hij, “dat ding deugt niet, het is krom”. Ik  heb hem ook nooit gebruikt. Ik ben vrijwilliger geweest tot half oktober 1945.  Ik ontvang nu nog het blaadje van de oud strijders en wil dat opzeggen. Adri adviseert om in het blaadje op te laten  nemen of er nog mensen leven van het 14e RI. Noot:  Helaas heb ik dit blaadje niet meer gezien na het overlijden van pa en is het er niet meer van gekomen een oproep te  plaatsen.