Home Home Terug naar familiegeschiedenis Terug naar familiegeschiedenis
Het Rotterdamse leven van kleuter tot tiener  Op 9 januari 1920 was ik nog geen 4 jaar oud, dus van enige schoolgang was toen nog geen sprake. Voor mijn ouders  was 1920 een zwaar jaar. Mijn jongste zusje Trijntje werd ernstig ziek. Ze is hals over kop naar het ziekenhuis  gebracht, alwaar bleek dat ze hersenvliesontsteking had. Op 25 december 1920, ruim 14 maanden oud, is zij  overleden. Het verdriet van mijn moeder kan ik mij nog goed herinneren. Het legde de basis voor een volgende  verhuizing, want deze omgeving bracht de herinnering aan haar verloren dochter steeds weer naar boven. Het heeft  echter tot 1923 geduurd totdat we konden verhuizen naar een andere woning. Als klein jochie kan ik me nog goed herinneren dat er een zonsverduistering heeft plaatsgevonden. Dit was in 1921 of  1922, want ik ging nog niet naar de lagere school. Ik bevond me in de Hudsonstraat en vond het een vreemd gezicht  om de zon opeens zo te zien verdwijnen. Ja, het was een heel gekke gewaarwording, dat is mij als kind bijgebleven.  (Google: op 8 april 1921 om 08.50 uur en op 28 maart 1922 om 14.10 uur hebben er boven Nederland  zonsverduisteringen plaatsgevonden).  Lagere schooltijd  In 1922 bereikte ik de leeftijd van 6 jaar en ging ik naar de lagere school. Deze was gelegen in de Albregt  Engelmanstraat, niet zover van ons woonhuis. Het is een zijstraat van het Bospolderplein. Om er te komen moest je  een soort tunneltje onder de huizen door en dan kwam je in een open ruimte waar de school stond. Wat ik mij van de  eerste klas nog kan herinneren is dat ik les kreeg van een oudere juffrouw. Mijn eerste schrijfpogingen werden  meteen afgestraft met een tik op mijn vingers, omdat ik linkshandig wilde gaan schrijven. Dat bleek dus uit den boze,  het was niet geoorloofd om links te schrijven. In het begin was het wel even wennen, maar uiteindelijk heb ik  rechtshandig nog heel netjes leren schrijven.  Zoals al vermeld verhuisden wij pas in 1923. We gingen naar de Mathenesserdijk 24 b 3 hoog. De afstand naar mijn  school werd aanzienlijk groter. Mijn ouders vonden het niet nodig mij naar een andere school over te plaatsen, dichter  bij huis. Eerst bracht mijn moeder mij, maar later liep ik dat hele stuk alleen. Ik leerde er ook een vriendje, Jan  Langsmid, kennen, die op de Van Lennepstraat woonde. Samen liepen wij dan naar school. Veelal liepen we via de  Schiedamseweg.  De klassen op onze school hadden gemiddeld zo'n 25 leerlingen. Ook in de tweede en derde klas had ik een juffrouw.  Pas in de vierde klas kreeg ik een meester.  Zoals gezegd, we kwamen op de derde verdieping te wonen. Dat was natuurlijk wel even wennen. Zoals elk kind  speelden wij daar en we zullen ook wel eens door de kamers gerend hebben. De vloeren waren toen nog van hout en  dat zal best wel hebben doorgeklonken. Dan kon het gebeuren dat we geklop hoorden van onze onderburen. Dit  waren twee oudere dames, die al die drukte boven hun hoofd maar moeilijk konden verdragen en dus maar met de  bezemsteel tegen hun plafond klopten. Later zijn ze verhuisd en kwam de familie Van der Avoord er wonen. Daarover  later. Op 24 september 1924, ik zat toen in de tweede klas, werd mijn jongste broer Leo (Leendert) geboren. Deze foto van  mij is in dat jaar gemaakt.  Foto derde klas. Het was deze meester van de vierde klas, die mijn interesse voor de fotografie heeft gewekt. Op een zekere dag  kwam de meester met een ouderwetse camera. Het was een toestel met glasplaten. Hij maakte een foto van één van  de leerlingen. Wij mochten zien hoe het beeld ontstond. En ik weet nog wel de eerste keer dat ik daar wat vreemds  zag, als jochie. En ik zei spontaan: "Het staat op zijn kop, die moet rechtopgezet worden". De meester zei toen tegen  mij: "Nee, dat komt door de lens". Daar heb ik dus van hem de grondbeginselen van de lenswerking geleerd. Ook van  mij heeft hij nog eens een foto gemaakt. Later heb ik van mijn oom Gerard uit Vlaardingen nog geleerd af te drukken  met zonlicht. Het verkregen negatief ging in een soort plankje en daarachter werd het gevoelige papier gelegd. Dit  was speciaal "zonlichtpapier". Dan draaide je het dusdanig dat het negatief door het zonlicht op het gevoelige papier  als positief werd afgedrukt. Dit moest een zekere tijd in de zon liggen. Het leverde van die bruinachtig-gele afdrukken  op. Nog later leerde ik van mijn oom Gerard ook bij gaslicht af te drukken.  Foto vijfde klas. er ook een afdruk van mijn rapport vijfde klas.  In de 6e klas kreeg ik Franse les en het advies om mee te doen aan de toelatingseisen voor de 5-jarige HBS  opleiding. Mijn ouders hadden daartegen geen bezwaar. Ik slaagde voor deze toelatingseisen.  Ja, ik heb een leuke tijd gehad op de lagere school.