Website van Ben Burger
Mijn hobby's
Terug naar index boeken
Terug naar index Benjamin Burger


Terug naar Hoofdmenu


Naar de 30-er jaren


JEUGDJAREN (tot en met lagere school)

Limburg, daar waar het allemaal begon
Als oudste zoon van Adrianus Burger en Dirkje Overkleeft kwam Benjamin Burger op 6 mei 1916 ter wereld in het Zuid-Limburgse plaatsje Amstenrade.
Zijn ouderlijk huis stond aan de Hommerter Allee nr.2, vlakbij het kasteel van Amstenrade. Uit het feit dat zijn ouders op 4 februari 1916 in het huwelijk zijn getreden in ’s Gravenzande blijkt dat zijn moeder al 6 maanden van hem zwanger te zijn geweest.
Op de gezinskaart uit Amstenrade is nog te zien dat zijn moeder pas op 15 maart 1916 op dit adres kwam wonen. Dit doet vermoeden dat zijn vader er al langer woonde (helaas is dit niet op de gezinskaart vermeld). Op zijn geboorteakte is te zien dat hij om negen uur ’s-morgens is geboren.


Maar waarom Zuid-Limburg? Zijn vader is op 5 juli 1890 in Naaldwijk geboren en zijn moeder op 4 april 1892 in ’s-Gravenzande. Een verklaring kan zijn dat de Eerste Wereld¬oorlog daar debet aan was. Er werden uit het westen douane ambtenaren naar de grens met Duitsland en België gerecruteerd. Nederland was neutraal, maar had wel last van blokkades en ook van vluchtelingen, die vooral uit België kwamen. Ook kwam er smokkelwaar uit België, zoals zware shag. Zijn oom Jan werkte daar al in Zuid-Limburg en heeft zijn jongere broers waarschijnlijk overgehaald om ook daar te komen werken. Hij was een echte potentaat. Zo kon het gebeuren dat ook de tweelingbroer van zijn vader, zijn ome Rien en zijn eigen vader Jaas, naar het diepe zuiden trok en bij de Belastingdienst kwam werken. Ook zijn ooms Henk en Gerard, twee jongere broers van zijn vader, kwamen ergens in het zuiden des lands terecht.


Mijn vader vertelde in één van de interviews dat er een foto moet zijn (geweest), waarop hij op de arm van de douaneambtenaar Gerardus Kraakman (zie ook zijn geboorteakte) zit bij een vliegtuig. Het vliegtuig zou, aldus mijn vader, een Farmand zijn, een Frans toestel, dat ergens in Zuid-Limburg een noodlanding had gemaakt en waar meerdere mensen bijstonden. Ik neem aan dat hij onderstaande foto bedoeld. Deze vond ik terug na zijn overlijden. Daar staat inderdaad een man met een kind op de arm ergens centraal op de foto.


Mijn broer Adri en ik hebben via historische verenigingen in Limburg trachten te achterhalen waar en wanneer dit vliegtuig geland is. Ook over het door onze vader genoemde type (Farmand) twijfelen wij. Volgens mijn broer Adri gaat het om een Duits vliegtuig, dat kort na het einde van de Eerste Wereldoorlog in november 2018 een landing maakte nabij Amstenrade. Het is genoegzaam bekend, dat Duitse piloten na de oorlog vluchtten naar het buitenland.

Vermoedelijk gaat het om het volgende:


Terug naar het westen (Rotterdam)
De Eerste Wereldoorlog was in 1918 ten einde gekomen en de noodzaak om in Limburg te blijven was er niet meer. Ik denk dat de drang om weer naar het westen te gaan dusdanig groot was dat mijn vader naar een baan in Rotterdam solliciteerde. Daar is hij aangenomen en ons gezin verhuisde op 9 januari 1920 naar de Bootsmanstraat 22 te Rotterdam.

 

Hier een foto van de Bootsmanstraat, zoals deze er uit zag rond de jaren 80 van de afgelopen eeuw.
De foto heb ik gedownload van facebook uit de groep Rotterdam West.


Het Rotterdamse leven van kleuter tot tiener
Op 9 januari 1920 was pa nog geen 4 jaar oud, dus van enige schoolgang was toen nog geen sprake. Voor zijn ouders was 1920 een zwaar jaar. Mijn vaders jongste zusje Trijntje werd ernstig ziek. Ze is hals over kop naar het ziekenhuis gebracht, alwaar bleek dat ze hersenvliesontsteking had. Op 25 december 1920, ruim 14 maanden oud, is zij overleden. Het verdriet van mijn moeder kan mijn vader zich nog goed herinneren. Het legde de basis voor een volgende verhuizing, want deze omgeving bracht de herinnering aan haar verloren dochter steeds weer naar boven. Het heeft echter tot 12 oktober1925 geduurd totdat ze konden verhuizen naar een andere woning (zie de adreskaart hieronder).


Als klein jochie kan mijn vader zich nog goed herinneren dat er een zonsverduistering heeft plaatsgevonden. Dit was in 1921 of 1922, want hij ging nog niet naar de lagere school. Hij bevond zich in de Hudsonstraat en vond het een vreemd gezicht om de zon opeens zo te zien verdwijnen. Ja, het was een heel gekke gewaarwording, dat dit hem als kind bijgebleven.
(Google: op 8 april 1921 om 08.50 uur en op 28 maart 1922 om 14.10 uur hebben er boven Nederland zonsverduisteringen plaatsgevonden).

Lagere schooltijd
In 1922 bereikte hij de leeftijd van 6 jaar en ging hij naar de lagere school. Deze was gelegen in de Albregt Engelmanstraat, niet zover van hun woonhuis. Het is een zijstraat van het Bospolderplein. Om er te komen moest je een soort tunneltje onder de huizen door en dan kwam je in een open ruimte waar de school stond. Wat hij zich van de eerste klas nog kan herinneren is dat hij les kreeg van een oudere juffrouw. Zijn eerste schrijfpogingen werden meteen afgestraft met een tik op zijn vingers, omdat hij linkshandig wilde gaan schrijven. Dat bleek dus uit den boze, het was niet geoorloofd om links te schrijven. In het begin was het wel even wennen, maar uiteindelijk heeft hij rechtshandig nog heel netjes leren schrijven.

Zoals al vermeld verhuisden zij pas in 1925. Ze gingen naar de Mathenesserdijk 24 b 3 hoog. De afstand naar zijn school werd aanzienlijk groter. Zijn ouders vonden het niet nodig hem naar een andere school over te plaatsen, dichter bij huis. Eerst bracht zijn moeder hem, maar later liep hij dat hele stuk alleen. Hij leerde er ook een vriendje, Jan Langsmid, kennen, die op de Van Lennepstraat woonde. Samen liepen zij dan naar school. Veelal liepen ze via de Schiedamseweg.
De klassen op onze school hadden gemiddeld zo'n 25 leerlingen. Ook in de tweede en derde klas had hij een juffrouw. Pas in de vierde klas kreeg hij een meester.


Het was deze meester van de vierde klas, die zijn interesse voor de fotografie heeft gewekt. Op een zekere dag kwam de meester met een ouderwetse camera. Het was een toestel met glasplaten. Hij maakte een foto van één van de leerlingen. Zij mochten zien hoe het beeld ontstond. En pa weet nog wel de eerste keer dat hij daar wat vreemds zag, als jochie. En hij zei spontaan: "Het staat op zijn kop, die moet rechtopgezet worden". De meester zei toen tegen hem: "Nee, dat komt door de lens". Daar heeft hij dus van hem de grondbeginselen van de lenswerking geleerd. Ook van pa heeft hij nog eens een foto gemaakt. Later heeft pa van zijn oom Gerard uit Vlaardingen nog geleerd af te drukken met zonlicht. Het verkregen negatief ging in een soort plankje en daarachter werd het gevoelige papier gelegd. Dit was speciaal "zonlichtpapier". Dan draaide je het dusdanig dat het negatief door het zonlicht op het gevoelige papier als positief werd afgedrukt. Dit moest een zekere tijd in de zon liggen. Het leverde van die bruinachtiggele afdrukken op. Nog later leerde hij van zijn oom Gerard ook bij gaslicht af te drukken.

In de 6e klas kreeg hij Franse les en het advies om mee te doen aan de toelatingseisen voor de 5-jarige HBS opleiding. Zijn ouders hadden daartegen geen bezwaar. Hij slaagde voor deze toelatingseisen. "Ja, ik heb een leuke tijd gehad op de lagere school", liet hij mij nog weten.




 
 
 
E-mailen
Map